Steinerschool De Teunisbloem

Ondertitel

Lagere school

Ontdekken van de wereld

    Een eersteklasser is klaar om ook dat andere deel van de wereld te ontdekken. Voor het eerst komt er expliciet aandacht voor het cognitieve aspect van naar school gaan. Het is zeker zo dat ook de oudste kleuters best al een cognitieve honger kunnen voelen maar velen onder hen zijn zowel sociaal als emotioneel en fysiek nog te jong en speels om verplicht te leren rekenen en lezen. Ook in de lagere school besteden we veel aandacht aan ritme. Het natuurlijke ritme van de seizoenen en de jaarfeesten krijgt nog steeds een centrale plek, maar ook (en vooral) het ritme van de ontwikkeling van de kinderen als groep en van het individuele kind.


Verbinden met de omgeving

    De kinderen leren zich te verbinden met wat hun omgeving hen aanbiedt en datgene er uit te filteren waarmee ze zich willen verbinden. Ze leren over hoe de wereld in elkaar zit, niet alleen door er letterlijk over te leren maar ook door de dingen te bestuderen en ze op verschillende manieren te herpresenteren. Hoe kun je de aardrijkskunde van de wereld beter begrijpen en opnemen dan door zelf een wereldbol te maken? Je kunt een plant bijvoorbeeld nauwkeuriger bekijken als je ‘m zelf hebt gedroogd en als je er dan vervolgens een tekening van maakt weet je als geen ander hoe de blaadjes en bloemknoppen van die plant er uit zien. Op die manier is leren iets dat niet enkel met ons hoofd gebeurt, maar ook met onze handen en uiteindelijk met ons hart. Het systeem van het periodeonderwijs biedt hiervoor een kader; als je gedurende een korte periode intensief met eenzelfde onderwerp aan de slag gaat kun je vaak meer en dieper ingaan op dat onderwerp dan wanneer je er elke week één uurtje aan wijdt.


Kunstzinnige vakken

    Natuurlijk bieden we naast de cognitieve vakken ook nog een heleboel andere vakken aan in de onderbouw. De handvaardigheid- en bewegingsvakken die voor de kleuters zo belangrijk zijn maken nu stilaan plaats voor sociaal-kunstzinnige vakken. Ook hierin spelen de natuur en natuurlijke stoffen weer een belangrijke rol. Houtbewerking, handwerkles (breien, haken, poppen maken,…) of bijvoorbeeld boetseren zijn vakken die elke week aan bod komen en waarin de kinderen de kans krijgen om ook fysiek bezig te zijn en om hun hoofd wat rust te gunnen.

    Naast deze meer kunstzinnige vakken zijn vooral de verhalen een rode draad doorheen de onderbouw. Elke klas heeft z’n eigen verhaalstof. Het hele jaar door krijgen de kinderen verhalen aangeboden die zo goed mogelijk aansluiten bij de ontwikkelingsfase waarin ze zich bevinden. Het robuuste van de Noordse mythen uit de Edda bijvoorbeeld past beter bij de kinderen uit de vierde klas dan de mythen van de meer verfijnde en intellectuele Grieken en Romeinen die dan volgen in de klassen vijf en zes.

    Kinderen begrijpen vaak aan de hand van verhalen beter wat er in de wereld gebeurt, zeker als ze die verhalen helemaal van hen kunnen maken. Vanuit het principe dat na de verhaling ook de herhaling cruciaal is voor de verbinding die de kinderen aangaan met de aangeboden inhoud wordt er elke week opnieuw rond dezelfde soort verhalen gewerkt. In dezelfde lijn die bij de cognitieve vakken al aan bod kwam, is ook bij de verhalen de herpresentatieheel sterk aanwezig in het tekenen, schilderen, zingen en toneel te spelen over wat de juf of meester heeft verteld. Op die manier ontstaat er een meervoudige verbinding tussen kind en verhaal die hechter en intenser is dan een enkelvoudige studieverbinding.